Welkom bij het tweede deel van ons Vietnamese avontuur. Maak het je gemakkelijk, neem een sterke kop koffie, een kop thee of – wie weet – een goed glas rode wijn, en laat je meevoeren naar het hart van het noorden en het centrum van het land.
Acte 2 : 02/01/2025 – 16/01/2025: Het noorden – het kloppende hart
Hanoi, de bergen, de baai van Ha Long… De bruisende drukte, het lawaai, de eeuwenoude cultuur, het alomtegenwoordige communisme. Dit is het historische Vietnam, het centrum van het onafhankelijke land tussen 939 en 1802, het politieke Vietnam, het trotse Vietnam. Dit is het deel van Vietnam dat vocht tegen de Fransen en de Amerikanen. En in het hart van dit Vietnam is er één man die meer dan wie ook de strijd en de eenheid van het volk belichaamt: Ho Chi Minh. Hij was degene die het land verenigde na decennia van oorlog en verdeeldheid, en zijn schaduw hangt over elke straathoek, elk monument, elk park.
Hanoi, dinsdagmorgen, 8 uur
De zon breekt amper door de mist, en de stad gonst al van leven. Ik ben op pad gegaan om koffiekoeken te halen – een ultiem genot tijdens lange reizen, een overblijfsel van de Franse koloniale aanwezigheid. Ze hebben Vietnam veel schade toegebracht, maar het opmerkelijk talent om verrukkelijk gebak te maken hebben ze de Vietnamezen wel geschonken. En zo maken ze dus overal heerlijk brood & taartjes, ondanks hun voorliefde voor soep in de ochtend.
Onderweg beweegt een zee van scooters zich in een perfect georkestreerde chaos: drie, soms vier passagiers opeengepakt op hetzelfde zadel, een kind dat tussen zijn ouders indommelt, een haan die wankel balanceert op een bagagerek. Ik ben wel wat gewend qua drukte, maar Hanoi speelt echt in een andere klasse. Overal wordt getoeterd, iedereen manoeuvreert rakelings langs elkaar heen, en de trottoirs zijn praktisch onbegaanbaar door de geparkeerde scooters. De scooter is alomtegenwoordig in Azië, maar hier, in Vietnam, is het echt zijn koninkrijk. De straat oversteken is een avontuur op zich.



En zo, terwijl ik door deze chaos dwaal, kom ik plotseling voor het mausoleum van Ho Chi Minh te staan, een imposant monument in het midden van de stad. Vanuit de drukte van de straten van Hanoi beland ik op dit rustige, bijna plechtige plein, waar bewakers in uniform de ingang bewaken. Het is fascinerend hoe deze plek zowel een gedenkplaats als een levendige ontmoetingsplek is, overspoeld door Vietnamese bezoekers die hulde komen brengen aan hun held.



De rij om het graf te betreden is lang, maar beweegt snel vooruit. Je mag geen foto’s nemen, niet praten, iedereen beweegt in stilte voort, en als dat nodig is, brengen de bewakers je tot de orde. Waarom precies, weet ik nog steeds niet. Eenmaal binnen is stilstaan verboden. Ho Chi Minh ligt daar, opgebaard in zijn sarcofaag, zijn gebalsemde lichaam, bevroren in de eeuwigheid. Ondanks dat hij al vijftig jaar dood is, ligt hij er nog steeds. Zijn wasachtige teint, zijn onbewogen gezicht… een bijna onwerkelijke aanwezigheid. Er hangt iets sacraals en eerbiedigs in de lucht, alsof Ho Chi Minh, zelfs in de dood, zijn volk blijft leiden.

Bij de uitgang word ik overspoeld door schoolklassen die het graf komen bezoeken. Het is zondag, en toch moesten deze leerlingen al om vijf uur ‘s ochtends van huis vertrekken. Ze hebben les van maandag tot zaterdag, en blijkbaar is dat nog niet genoeg.
Op zondag bezoeken ze het graf van de goede oude Ho Chi Minh, die al vijftig jaar dood is. En morgen keren ze weer terug naar school. Ik spreek met enkele tieners die Engels spreken en vraag of ze gelukkig zijn en waarom. Ze zeggen van wel, omdat hun land in vrede leeft.
Ik heb deze stad graag, die volledig gevangen zit tussen moderniteit en traditie. Naast het mausoleum kun je er ook de kathedraal zien, de Tempel van de Literatuur, en die beroemde trein die dwars door de stad rijdt…







Dit is ook dé plek om kleding, schoenen en andere koopjes te scoren. Alles is ofwel nep of echt – maar zeker weten doe je het nooit, aangezien alle fabrieken zich op dezelfde plek bevinden. Eén ding is zeker: het is stukken goedkoper, en het verschil in kwaliteit blijft vaak een raadsel. Nike voor 15 euro, T-shirts voor 2 à 3 euro, en nog veel meer.
Maar laten we eerlijk zijn: je bezoekt deze stad, en eigenlijk heel Vietnam, niet echt voor de architectuur. Behalve het kleine stadje Hôi An (waar we het in het derde deel over zullen hebben), in het centrum van het land, is het traditionele en koloniale erfgoed grotendeels verdwenen door de opeenvolgende oorlogen die het land tussen 1950 en 1980 hebben geteisterd.
Na drie nachten in Hanoi vertrekken we naar Cat Ba, vlakbij de beroemde Halong-baai.

Het is hier winter en hoewel je het niet echt koud kunt noemen, schommelt de temperatuur tussen de 15 en 20 graden.
Met slechts één broek, één trui en één thermisch ondershirt hebben we het soms best lastig. Elke avond breng ik onze kleren naar de wasserij en vraag ik of ze de volgende ochtend klaar kunnen zijn.
Dit gevoel wordt nog versterkt door de luchtvervuiling, die in het noorden behoorlijk ernstig is. ’s Ochtends ontwaken we in een mist die de zon volledig bedekt.

Op heldere dagen voelen we de zon nog wel, maar ze krijgt de kans niet om de atmosfeer echt op te warmen. Deze smog bedekt delen van China en Noord-Vietnam en is typisch voor de winter, wanneer koude winden op grote hoogte de vervuiling vasthouden.
Ik ben niet erg optimistisch over de toekomst… Dit soort vervuiling zal alleen maar toenemen en steeds meer slachtoffers maken.
Suzanne wordt ziek (nee, niets te maken met de vervuiling) en blijft een goede week niet helemaal in orde. Ons tempo vertraagt, maar we slagen er toch in om tijd door te brengen met onze vrienden David, Maya en hun twee kinderen, en om de twee absolute hoogtepunten van de regio mee te pikken.
- De beroemde Ha Long-baai, dat ansichtkaartdecor met duizenden karstpieken… vaak gehuld in mist.





2. En dan, een motortrip onder jongens om het eiland Cat Ba te verkennen, terwijl Nola en Suzanne kozen voor een welverdiende pauze.





We nemen afscheid van onze vrienden en van Cat Ba, blij dat onze paden elkaar hebben gekruist. Uiteindelijk besluiten we de bergen te laten voor wat ze zijn: met amper 10 graden en onze lichte uitrusting lijkt het ons verstandiger om het plan te herzien. Suzanne is nog niet helemaal de oude, dus kiezen we voor een zachter alternatief: het ontdekken van twee natuurlijke parels van Vietnam.
Eerst Ninh Binh, ook wel de ‘droge Ha Long-baai’ genoemd. Waar Ha Long-baai een zee vol rotspieken is, vind je hier het omgekeerde: overstroomde landschappen waar kalkstenen rotsen oprijzen tussen rivieren en rijstvelden. In een klein bootje glijden we tussen deze karstformaties door, onder natuurlijke grotten, op het rustige ritme van roeiers die… met hun voeten roeien.







Daarna, na een rit van drie uur, bereiken we Pu Luong, een klein paradijs genesteld in een vallei, omringd door bergen en ver weg van alles. Pu Luong lijkt stil te staan in de tijd, een oase van natuur waar het landelijke leven nog volledig overheerst. We verkennen de regio per motor, doorkruisen afgelegen dorpjes en laten ons onderdompelen in het dagelijkse leven van de Vietnamezen. Overal rijstvelden, eindeloos veel, meer dan ik ooit ergens anders heb gezien. Ze vormen een lappendeken, gevoed door gigantische bamboewielen die traag ronddraaien en water uit de rivieren scheppen om de velden te irrigeren. Zelfs al zijn de rijstterrassen niet groen, gezien het seizoen, geven deze eeuwenoude ingenieuze waterraderen het landschap een unieke charme.












Het noorden is ongetwijfeld de mooiste regio van Vietnam. Ondanks enkele overbevolkte trekpleisters, zoals Ha Long-baai, hoef je maar een beetje af te wijken van de gebaande paden om rustigere en ongerepte plekken te vinden. Wat de mensen betreft: ze zijn misschien niet de warmste van Azië, maar ze zijn ook niet onvriendelijk. Laten we zeggen dat ze wel wat beters te doen hebben dan voortdurend glimlachen naar toeristen.
Het klimaat heeft ongetwijfeld onze ervaring beïnvloed. Hoewel de temperaturen mild waren voor een van de koudste maanden van het jaar, betekent een jaar reizen dat je niet altijd voor elk seizoen perfect uitgerust bent. Geen dikke donsjas of Gore-Tex wandelschoenen in onze rugzakken, en ja, als de vochtigheid toeslaat, voel je dat. Maar goed, dat hoort erbij!
Acte 3: Het Centrum – 16/01/2025 – 23/01/2025 – De smeltkroes van het verleden
Huế, Hội An, Da Nang… Namen die klinken als stukjes geschiedenis. Hier, nog maar enkele decennia geleden, was het land in tweeën gedeeld. Hier regeerden de keizers van de 19e eeuw met absolute macht. En hier zweven vandaag nog steeds kleurrijke lantaarns boven de straten, gevangen tussen traditie en moderniteit.
We trekken verder naar het centrum van het land. Dit keer kiezen we voor de nachttrein. Op papier klinkt het romantisch… in werkelijkheid is het een ander verhaal. De kinderen slapen als rozen, terwijl ik, vastgeklemd in een te kort bed, vecht tegen het onafgebroken geklik van de rails. Slapen lukt nauwelijks. Dus kijk ik hoe de nacht voorbijglijdt, tot aan de dageraad, wanneer de rijstvelden zich uitstrekken onder een gouden gloed. Vietnam is een van de grootste rijstproducenten ter wereld, en hier, tussen bergen en zee, is water overal. Het vormt het landschap net zo sterk als het dagelijkse leven van de mensen.



Onze bestemming: Hội An. Ooit was het een bruisend handelscentrum tussen China, Japan en Europa, en nu heeft de stad haar koopvaardij ingeruild voor een andere vorm van welvaart: toerisme. Na de rust van het Noorden herontdekken we hoe overrompelend sommige Vietnamese steden kunnen zijn. En Hội An is daar een schoolvoorbeeld van. Toch heeft de stad, zelfs te midden van de drukte, iets magisch. De zwevende lantaarns, de door de tijd verweerde gele gevels, de geur van gelakt hout en kruiden… Je kunt niet anders dan er voor vallen.







Maar we beperken ons niet tot de overvolle straten. Hội An is ook een ideale uitvalsbasis om de regio te verkennen. De stranden? Ze schijnen prachtig te zijn, maar met de frisse temperaturen laten we die over aan andere dapperdere zielen. In plaats daarvan springen we op onze scooters en trekken de landelijke omgeving in, langs rijstvelden en dorpen. Na zoveel tijd op de motor beginnen we het steeds beter onder de knie te krijgen… en Nola & Matteo vinden het geweldig!
Om nog iets nieuws te proberen, stappen we in een ronde boot – die typische bamboeboot die bij de kleinste verkeerde beweging om zijn as begint te draaien. Een gratis draaimolen met uitzicht op de palmbomen. We lachen, we slingeren, maar we kapseizen niet. Daarna brengt onze zin voor avontuur ons naar Mỹ Sơn, een overblijfsel van het oude Champa-koninkrijk. Een soort mini-Angkor: minder tempels, minder toeristen, maar een even mysterieuze sfeer.






Wat ons deze dagen echter het meest opvalt, is een soort van algehele opwinding die je op elke straathoek voelt. Tết komt eraan, het Vietnamese Nieuwjaar. Vergeet 31 december, dat stelt hier niets voor. Maar Tết, dat is hét feest van het jaar. Overal worden we gewaarschuwd: “Let op, alles gaat dicht!” “Het station zal overvol zijn, het is Tết!” Het hele land is in beweging. De markten barsten van de bloemen en offers, families zijn druk bezig met de laatste voorbereidingen, en op de wegen heerst een georganiseerde chaos. Iedereen keert terug naar huis en binnen een paar dagen zal heel Vietnam stilstaan.
Nola kijkt me bedenkelijk aan en zegt: “Of ligt het aan mij, of hebben ze hier altijd wel een reden om feest te vieren?” Ze heeft niet helemaal ongelijk. Want terwijl we wachten op het nieuwe jaar, is er nog een andere heilige traditie: karaoke. Een nationale sport. Op elk moment, op elke plek, kun je een geïmproviseerde karaokepartij tegenkomen die je trommelvliezen doet barsten. In bars, in restaurants, midden op straat… en altijd met veel (héél veel) alcohol.
Niemand klaagt, niemand protesteert. Maar rond 22 uur valt alles plots stil. Dat is de wet. Een bruuske stilte na uren kakofonie.
Een contrast dat net zo scherp is als Vietnam zelf.
En Vietnam? Dat is het land waar we (een beetje) op de rem hebben getrapt. Nou ja, in wereldreis-termen: drie of vier nachten op dezelfde plek blijven, wat meer rust voor de schoolmomenten, en zelfs – ultieme luxe – sommige dagen pas rond de middag starten.
Het land is ongetwijfeld prachtig. Maar eerlijk is eerlijk: het haalt onze top 5 niet. Ligt dat aan Vietnam? Een beetje. Ligt dat aan ons? Ook wel. Een soms wat afstandelijkere bevolking, overal vervuiling, een winter die ons bleef achtervolgen en een indrukwekkende hoeveelheid toeristen voor zo’n klein land… We hebben ontdekt, we hebben veel mooie dingen gezien, maar dat echte liefde-op-het-eerste-gezicht-gevoel? Dat bleef uit. En dat is ook reizen: niet elke bestemming wordt een openbaring.



Leave a comment