11 februari, oversteek van de Stille Oceaan richting Chili, 13 uur vliegen
Ons vliegtuig snijdt door de lucht, verloren boven de eindeloze Stille Oceaan. Ik weet niet of je je ooit hebt gerealiseerd hoe immens deze oceaan is: bijna 20.000 km lang, drie keer de lengte van de Atlantische Oceaan. Twaalf uur lang vliegen we over een oneindige zee, zonder ook maar één eiland in zicht. Dit is de tweede keer dat we de oceaan oversteken, en dat gevoel van boven ‘nergens’ te zijn, blijft even sterk.
Ik besef ook dat de komende dagen wat lastig en vermoeiend zullen zijn – die vervelende jetlag. Tien uur tijdsverschil is niet niks. Maar ik troost me met de gedachte dat degenen die er het snelst overheen zullen zijn, zonder twijfel Nola en Matteo zullen zijn.
Onze gevoelens zijn tegenstrijdig: een mix van opwinding, spanning en ongeduld. Want deze vlucht markeert een keerpunt in onze reis. Ons avontuur is als een boek in twee delen. We hebben het hoofdstuk Azië en Oceanië afgesloten en beginnen nu aan deel twee: het Amerikaanse continent. En wat voor een deel! Vijf en een halve maand avontuur door Chili, Brazilië, Paraguay, Frans-Guyana, Suriname en Canada. Een explosieve mix van culturen, landschappen, klimaten en talen: Spaans, Portugees, Frans, Engels, Nederlands.
Het vliegtuig begint te dalen. Het land verschijnt weer, ruig en ongerept. Chili wacht op ons, een land zo langgerekt als een strak gespannen draad tussen de Stille Oceaan en het Andesgebergte.
Welkom bij het vervolg van de reis!
12 februari, aankomst op Paaseiland
Slechts één nacht in Santiago, naast de luchthaven, en we zijn alweer onderweg. Geen andere optie: er is maar één manier om Paaseiland te bereiken – de dagelijkse vlucht vanuit Santiago.
Zodra we uit het vliegtuig stappen, wordt de eerste indruk van bovenaf bevestigd: Paaseiland is een eenzame rots in het midden van nergens. Letterlijk.
3.500 km verwijderd van Chili, meer dan 2.000 km van het dichtstbijzijnde bewoonde eiland (Pitcairn, 50 inwoners – niet meteen een bruisende buur). Met de boot duurt het een week om hier te komen! Geen wonder dat Paaseiland wordt beschouwd als een van de meest afgelegen plekken ter wereld. Het eiland bestaat uit één dorp, 8.000 inwoners, 168 km²… een stipje in de oceaan.

Zijn luchthaven is een spiegelbeeld van het eiland: piepklein. Nou ja, behalve de landingsbaan. Die werd in de jaren ’70 gefinancierd door NASA, voor het geval een spaceshuttle een noodplan nodig had. Het vliegtuig parkeert zich letterlijk voor de terminal – hoe dan ook, het is de enige vlucht van de dag..
Bij de uitgang wacht onze gastvrouw ons op, een beetje overrompeld: ze beheert drie verblijven tegelijk. Ze had twee auto’s voorzien voor de transfer naar ons appartement, dat op slechts vijf minuten rijden ligt… behalve dat een van de twee auto’s op mysterieuze wijze verdwenen is.
Ik vraag me nog steeds af hoe dat mogelijk is. Er landt één vliegtuig per dag, er is nauwelijks verkeer en de rit duurt vijf minuten. Dit is de derde transfer die we nemen sinds we in Chili zijn aangekomen, en geen enkele was op tijd. Ik begin te geloven dat het hier een lokale traditie is. Misschien zelfs een inwijdingsritueel.
14 februari, Paaseiland, de Moai
Onze gids is een uur te laat. Het wachten voelt eindeloos, gevuld met zuchten en veelbetekenende blikken. Maar zodra ze eindelijk aankomt, zonder een woord van verontschuldiging, verdwijnt onze ergernis als sneeuw voor de zon.
Want voor ons staan zij.

De Moai. Deze versteende silhouetten, bevroren in de tijd, staren ons aan met hun lege blik. Hun aanwezigheid is overweldigend, bijna magnetisch. We hebben ze al honderden keren op foto’s gezien, en toch bereidt niets je voor op de impact van ze in het echt te zien opdoemen uit het landschap, imposant en plechtig.
We bevinden ons in de steengroeve, de plek waar deze reuzen werden uitgehouwen. De omgeving is indrukwekkend, en te bedenken dat we slechts de helft van hun lichaam kunnen zien – de rest ligt verborgen onder de aarde.


De andere niet te missen plek (en er zijn er nog veel meer, maar die mag je op een dag zelf ontdekken) is Ahu Tongariki, de grootste ceremoniële site van Paaseiland. Vijftien Moai, perfect uitgelijnd, torenen uit boven de horizon—imposante overblijfselen van een tijdperk waarin de 21 dorpen van het eiland elk hun stenen wachter hadden en daar hun ceremonies hielden. Deze beelden stelden vergoddelijkte voorouders voor, die over hun volk waakten door hun rug naar de oceaan te keren en de bewoonde gebieden aan te kijken.

Maar rond de 18e eeuw slaat alles om. De overtuigingen veranderen, stammenoorlogen breken uit en de Moai worden geleidelijk omvergeworpen, sommigen verdwijnen zelfs onder de aarde. De ooit bloeiende Rapa Nui-samenleving glijdt af in een periode van interne conflicten en overexploitatie van natuurlijke hulpbronnen.
De komst van de Europeanen in 1722 betekent een fatale wending. Op dat moment telt het eiland nog slechts 2.000 à 3.000 inwoners, ver verwijderd van de 12.000 à 15.000 tijdens zijn glorietijd. Maar de echte ramp volgt in de 19e eeuw, wanneer geïmporteerde ziekten en slavenraids van Peruaanse schepen de bevolking reduceren tot enkele honderden overlevenden.
Hoeveel inwoners telde het eiland werkelijk vóór de neergang? Wat waren precies de oorzaken van deze instorting? Hoe zijn deze beelden, die tientallen tonnen wegen, over kilometers afstand vervoerd?
Zoveel vragen, omgeven door mysterie en gevoed door talloze theorieën—maar zonder sluitende antwoorden. Enkele geschriften hebben de tijd overleefd, in een schrift dat niemand kan ontcijferen. Maar de rest van het verhaal is verloren gegaan. En misschien is het juist dat stukje onbekende wat Paaseiland zo fascinerend maakt.
16 februari, Paaseiland, 8u30 ‘s ochtends
Ik loop over de weg, op zoek naar een bakkerij. Het is 8u30 en de zon begint net op te komen. Een beetje laat, misschien, maar hier gaat ze pas rond 21u30 onder. Genoeg tijd om van de lange dagen te genieten… en om zonder schuldgevoel uit te slapen.
Het dorp is ongelooflijk rustig. Ik kom meer zwerfhonden en loslopende paarden tegen dan mensen. Voor een plek die wereldwijd bekend is, is dat best verrassend. En wat een contrast met Azië – vooral Vietnam – waar vanaf 6 uur ‘s ochtends alles ontwaakt in een perfect georganiseerde chaos.
Ik loop langs een hobbelige weg, bezaaid met putten – en toch is dit een van de belangrijkste straten van het enige dorp op het eiland. En als ik zeg “dorp”, overdrijf ik niet: twee hoofdstraten, een paar zijweggetjes en na twintig minuten wandelen heb je alles wel gezien.
Trouwens, weten jullie waarom het Paaseiland heet? Nee?
Omdat een Nederlandse zeevaarder hier in 1722 aan land ging… op Paaszondag. Simpel, toch? Ze maakten het zichzelf niet te moeilijk in die tijd. Niet verwonderlijk dat de locals de voorkeur geven aan de echte naam van hun eiland: Rapa Nui.
17 februari – Jaarlijks festival
In februari trilt Paaseiland op het ritme van Tapati, een tijdloos festival dat de Rapa Nui-erfenis viert. Twee weken lang wedstrijden, zang, dans en spectaculaire uitdagingen.




Voor ons voelde het als een gigantisch carnaval, vermengd met de Olympische Spelen – Paaseiland-editie. Kanosprints, een afdaling van een berg op een bananenstam, beeldhouwen, praalwagens,…
En wij, precies op de juiste plek, op het juiste moment. Soms moet je chance hebben!
19 februari – Paaseiland, op weg naar de luchthaven
Ik praat met onze chauffeur en stel hem mijn favoriete vraag van deze reis:
“Ben je gelukkig?”
Een kleine “ja” ontsnapt uit zijn mond. Hij pauzeert, zoekt naar woorden.
“Het leven hier is duur, je moet veel verdienen om goed rond te komen. En dan…” Hij twijfelt, voordat hij met een halve glimlach toevoegt:
“Hier is het een beetje zoals in de film Groundhog Day. Elke ochtend word je wakker, en het is altijd dezelfde dag. Je ziet dezelfde gezichten, loopt door dezelfde straten… Je moet echt moeite doen om de routine te doorbreken, anders val je in slaap.”
Hij kijkt naar de weg voor zich, wordt dan serieuzer en zegt:
“En dan zijn er de Chilenen. Ze begrijpen niet dat wij ons niet Latijns-Amerikaans voelen. Wij zijn Polynesiërs. We hebben een andere cultuur, een andere geschiedenis, een andere manier om naar de wereld te kijken. Hier spreken we Spaans, maar onze harten kloppen op het ritme van de trommels van Rapa Nui. We dansen zoals in Tahiti, we eren onze voorouders, we leven met de oceaan. Chili? Dat is een ver land, een administratie, een paspoort… maar het is niet onze ziel.“
Ons vliegtuig stijgt op richting het vasteland. Na een week verlaten we Paaseiland met het gevoel iets zeldzaams te hebben aangeraakt, iets unieks – een tijdloze tussenstop die voor altijd in ons zal blijven.








Leave a comment