7. Brasília, 14 tot 18 mei 2025
10 uur ’s ochtends.
We dachten dat ons huurhuis een wasmachine had… maar we hadden het mis. We hebben net tien dagen aan kleren – geen dag meer. Dus sta ik in de wasserette om de hoek. De plek is hypermodern, bijna klinisch. Maar zoals wel vaker in Brazilië: geen CPF (het nationale identificatienummer), geen service.
Die beroemde CPF is hier een soort toverwoord. Zonder dat nummer: geen wasmachine, geen simkaart, geen Pix (het favoriete betaalsysteem van de Brazilianen), zelfs geen korting bij Zara of de bakker. Serieus, wat heeft de staat eigenlijk te maken met mijn vuile was?
Als buitenlander bijt je in Brazilië al snel in je eigen staart: je hebt een CPF nodig om een bankrekening te openen, maar je moet officieel in het land verblijven om een CPF te krijgen… en om officieel te verblijven, moet je meestal al deel uitmaken van het systeem. Gelukkig is er altijd een plan B: een WhatsApp-nummer, een kaartbetaling, een toeval dat ineens alles oplost.

En vaak is het de ontwapenende vriendelijkheid van de Brazilianen die alles weer losmaakt. In de wasserette bood een man me spontaan aan zijn eigen CPF nummer te gebruiken.
Resultaat: ik stap naar buiten met propere kleren en een oprechte glimlach.
Maar die CPF symboliseert ook iets anders: een soort aandoenlijk Braziliaans egocentrisme. De kijk op de wereld is hier heel… lokaal. Alsof Brazilië het middelpunt van de aarde is, en de rest slechts folklore. De kennis over andere landen is vaak beperkt, buitenlandse culturen worden gereduceerd tot clichés, en er heerst een hardnekkige overtuiging dat Portugees een wereldtaal is. “Wat, spreken jullie kinderen geen Portugees?” vroeg iemand ons, verbaasd, alsof het de logische internationale taal zoals Engels was.
En die indruk is niet enkel een persoonlijke frustratie van een reiziger met een wasprobleem. Het wordt bevestigd door sociologen, pedagogen en politicologen. Onderzoek toont aan hoe een sterk op zichzelf gericht onderwijssysteem, puur binnenlandse media (na voetbal, carnaval en telenovela’s komt er misschien een beetje buitenland), en een erg bescheiden aanpak van vreemde talen zorgen voor een wereldbeeld dat lichtjes tropicocentrisch is.
Het gevolg: Brazilië kijkt vooral naar zichzelf, praat in het Portugees met zichzelf (mijn zes maanden Duolingo kwamen goed van pas!), en denkt dat de rest van de wereld een flauwe versie van Bahia is. Brazilië is niet gericht op de wereld. Het is z’n eigen wereld. En dat is blijkbaar genoeg.
En eerlijk? Als je ziet hoe rijk, mooi en intens dit land is… wie kan het hen kwalijk nemen?
Maar goed, terug naar de essentie: Brasília.
We hadden eigenlijk niet gepland om hier te stoppen, maar hoe kun je de enige stad ter wereld die in de 20ste eeuw van nul werd opgebouwd én op de Werelderfgoedlijst staat, overslaan? Deze stad is een prachtige anomalie. Een hoofdstad die uit het niets werd opgetrokken, eind jaren 50, midden in het land. Brasília is een droom in beton gegoten, een architecturaal manifest, een modernistische utopie die in amper 41 maanden tot leven kwam.

In de jaren 50 lanceert president Juscelino Kubitschek een waanzinnig project – vandaag ondenkbaar: de hoofdstad van Rio de Janeiro verplaatsen naar het binnenland. Een afgelegen, geïsoleerde plek, letterlijk in the middle of nowhere. Meer dan 1.500 km verwijderd van de stranden van Copacabana.
Het doel: het binnenland ontwikkelen en de dominantie van de as Rio–São Paulo doorbreken. Maar los van die geografische logica ging het vooral om het concretiseren van een droom: een modern, gedurfd, toekomstgericht Brazilië.
Het resultaat? Een stad in de vorm van een vliegtuig – letterlijk – vol futuristische gebouwen van Oscar Niemeyer, de grootmeester van het Braziliaans modernisme. Zijn kathedraal met hemelse rondingen, het congresgebouw met z’n twee betonnen schalen, woonwijken ontworpen als leefmodules… alles hier ademt de jaren zestig en hun blinde geloof in vooruitgang.





Brasília vandaag: tussen droom en werkelijkheid
Brasília is geboren uit een droom: die van een modern land, toekomstgericht, gelijkwaardig, rationeel, planmatig opgebouwd. Een stad ontworpen voor de burger, ver weg van de chaos van de oude koloniale metropolen.
Maar zestig jaar later bladdert de verf af. Zodra je het centrum verlaat, verdampt de belofte: monsterfiles, verwaarloosde randzones, ruimtelijke en sociale segregatie… Brasília is vandaag een metropool zoals zovele anderen, met haar contrasten, uitdagingen en teleurstellingen.
Een droom, versteend in beton.
En dat is misschien wel het meest pijnlijke symbool: in 2025 lijkt Brazilië veel meer op zijn chaotische voorsteden dan op het stadsideaal dat men in 1960 voor ogen had. Het grootse project van president Kubitschek — een verenigd, modern en ambitieus land — is stukgelopen op een harde realiteit: corruptie, ongelijkheid, geweld, een stagnerend onderwijssysteem.
1. Een politiek systeem dat draait op vriendendiensten
Tijdens ons bezoek aan de Senaat krijgen we opgewekte video’s te zien over de Braziliaanse democratie. Achter de schermen ziet het plaatje er heel anders uit: vriendjespolitiek op elk niveau, wederdiensten, belangenstemmen… Parlementariërs stemmen volgens wat ze ervoor terugkrijgen. Serieuze debatten zijn zeldzaam.
2. Een grondstoffeneconomie die wankelt
Brazilië is immens, vruchtbaar, rijk aan natuurlijke rijkdommen… en net dát is het probleem. Het is een renteniersland dat leunt op soja, vlees en mineralen, zonder echt te industrialiseren. Het gevolg? Ontindustrialisering vóórdat er een échte industrie is ontstaan. Wanneer de wereldmarktprijzen dalen, stort de economie in. En het overheidsbeleid kiest telkens voor de gemakkelijkste weg, alsof de natuurlijke rijkdom oneindig is — ten koste van het milieu, dat moet wijken voor nog meer landbouw en 200 miljoen runderen.
3. Een onderwijssysteem in crisis
Moeilijk om een andere toekomst voor te stellen als het onderwijs faalt in het aanleren van de basis. Ongelijke toegang tot onderwijs, zwakke lerarenopleiding en achterhaalde leerprogramma’s houden de opkomst van een nieuwe, kritische generatie tegen.
4. Een van de meest ongelijke landen ter wereld
Je hoeft er geen doctoraat voor te hebben: het volstaat om rond te kijken. Rijkdom heeft hier een kleur: wit. Afro-Brazilianen en inheemse volkeren blijven meestal onderaan de sociale ladder. De kloof tussen arm en rijk is vijf keer groter dan in Europa. En die structurele ongelijkheid voedt ook echte, tastbare geweldspatronen: drugskartels, politiegeweld, burenruzies die uit de hand lopen. Een Franse expat vertrouwde ons toe dat hij dronken feestjes liever mijdt: “Mensen hier trekken snel hun wapen.” Het moordcijfer ligt dertig keer hoger dan in Europa. Deze permanente spanning verlamt het hele land.
Om eerlijk te zijn: ik ben niet optimistisch over een structurele verbetering. De informele economie (zwartwerk) ontneemt de staat middelen voor herverdeling. De samenleving is gepolariseerd, gewelddadig, gedesillusioneerd. En ondertussen vrezen — of hopen — sommigen op een terugkeer van Bolsonaro. Of, nog zorgwekkender, van een van zijn zonen.
De oplossing? Die ligt in een reeks moedige hervormingen, gedragen door competente leiders. Alleen… in Brazilië lijken zulke profielen even zeldzaam als jaguars in de Pantanal.
Maar goed — de toekomst is nooit op voorhand geschreven.
Dus als we dan toch geen land kunnen hervormen, doen we wat we wél goed kunnen: wijn proeven. Want ja, in tweeënhalve maand hadden we nog geen enkele wijngaard bezocht. Schandalig. Intussen rechtgezet.
We trekken naar Vinícola Brasília, op een uurtje van de hoofdstad, een van de weinige wijndomeinen op het Centrale Hoogland. En daar, een aangename verrassing: een heerlijk bezoek, verrassend goede wijnen, met een speciale vermelding voor de rosé en de rode wijn. Een degustatie zoals het hoort.



Het detail dat me verbaasde? Hier oogst men in de winter. Ja, in de zuidelijke winter. Want in de zomer is het hier té heet en regent het amper. Dus hebben de wijnboeren een techniek ontwikkeld met dubbele snoei — in september en maart — om de druivelaar te foppen: die denkt dat de winter hét moment is om vruchten te geven. Geniaal, toch? Brazilië is intussen zelfs wereldleider in tropische wijnbouw.
Het bewijst nog maar eens: als het op wijn aankomt, is de mens tot alles in staat. Echt alles.
8. Noordoost, 18 tot 24 mei 2025

We verlaten de zachte zon en de blauwe hemel van Brasília om te landen in de vochtige nevels van het noorden van Brazilië, in São Luís. Wolken, hitte, vochtigheid: het trio dat ons de komende vijf dagen zal vergezellen.
Laatste etappe van deze tweeënhalve maand durende odyssee door Brazilië… en we hebben het beste voor het laatst bewaard: de duinen van de Lençóis Maranhenses, een plek die velen beschouwen als de meest uitzonderlijke van het hele land.
We landen in São Luís en rijden vervolgens nog vier uur verder naar het dorpje Barreirinhas, de toegangspoort tot het nationaal park. Onderweg valt er weinig opmerkelijks te melden: we voelen dat we weer in het noorden zijn aangekomen.

De wegen liggen er hobbelig bij, en de pogingen tot herstelling lijken op grote pleisters geplakt op een houten been. De armoede is hier opvallender. Weinig degelijke huizen. In het beste geval zie je gebouwen waar de rode bakstenen nog zichtbaar zijn, alsof de stukadoors ondertussen in staking zijn gegaan.
En verwacht geen verfijnd restaurant: die bestaan hier simpelweg niet.
De volgende ochtend vertrekken we in een gigantische Toyota Hilux: het zandpad is een mijnenveld van kraters. Aan de voet van een duin stappen we uit en gaan te voet verder. Eenmaal boven… de shock. Een hallucinatie? Een tropische luchtspiegeling? En toch: hier is niets een illusie.
Sluit je ogen even. Stel je een eindeloze duinenzee voor, als een woestijn, met wit zand — puur, bijna onwerkelijk.
Stel je nu voor dat elk dal tussen de duinen gevuld is met water. Turquoise, doorschijnend water, waarin de zon zich weerspiegelt als in een glazen spiegel.
En als je echt durft dromen: beeld je in dat je zwemt in zo’n lagune. Het water is zacht, licht verfrissend…
Zie je het voor je?
Wij waren er.

Het zand komt van ver. Van héél ver. Van de Amazone, om precies te zijn. Het wordt door zeestromingen naar de kust van Maranhão gevoerd en vervolgens door de passaatwinden het binnenland in geduwd. Het resultaat: een oceaan van bewegende duinen die langzaam oprukt, alsof hij het woud wil opslokken.
Maar het is het water dat de magie maakt. Van januari tot juni zijn de regenbuien intens en tropisch. Ze vullen de laagtes tussen de duinen en vormen honderden lagunes. En dan, de verrassing: het water blijft. Niet voor een dag of twee — soms voor maanden.







Waarom? Omdat er onder het zand een compacte, ondoordringbare laag klei ligt. Een natuurlijk, onzichtbaar deksel. Het gevolg? Het water sijpelt niet weg. Het blijft staan. Het wacht. Het vangt het licht. En voor een paar maanden verandert de woestijn in een oase. Daarna verdampt alles opnieuw bij de terugkeer van het droge seizoen. Alsof het nooit heeft bestaan.
Een bijna onwerkelijke cyclus. Een goed bewaard geheim. Terwijl de watervallen van Iguaçu wereldberoemd zijn, blijft deze plek — buiten tijd en ruimte — grotendeels onbekend.
En te midden van dit betoverende decor kruisen we — geheel toevallig — het pad van andere reizigers.

Twee avonden lang delen we verhalen, lachen we samen, wisselen we anekdotes uit… en ook de kleine miserie van het ouderschap. Praten over de mooie momenten… maar ook over de zenuwinzinkingen en kinderen die af en toe wat veel zijn. Het doet deugd. Een warme, eenvoudige en oprechte ontmoeting.
We sluiten dit gigantische Braziliaanse hoofdstuk af met twee dagen in Belém, de toegangspoort tot het Amazonegebied.
En wat een hoofdstuk.
Tweeënhalve maand, acht regio’s doorkruist, adembenemende landschappen, fascinerende steden, soms harde contrasten — maar vooral: een totale onderdompeling in de waanzinnige diversiteit van dit continent in landvorm.
Geen seconde spijt dat we hier zo lang zijn gebleven.
Brazilië hebben we niet gewoon even aangeraakt. We hebben het geleefd.
We proefden van zijn vriendelijkheid, liepen door zijn chapadas, verkenden zijn natuurwonderen, speelden voetbal op zijn stranden, en vooral… we verdwaalden in zijn tegenstrijdigheden.
En tussen twee etappes door, hebben we ook de caipirinha geadopteerd.
Voor we hier voet aan wal zetten, was Brazilië een vraagteken op onze route. Een immense onbekende.
Vandaag — zoals zo vaak op reis — is het land ontdaan van zijn mythes. Complex, vol contrasten, ver weg van de clichés.
Maar voor ons zal het altijd een intense, rijke en aangrijpende halte blijven.
Hopelijk hebben onze vijf reisverhalen jou ook zin gegeven om hier ooit zelf een paar weken door te brengen.
Een dikke knuffel van ons!


Leave a comment