Haal je zonnebril alvast maar boven, want deze post straalt letterlijk van het licht!
Alvast mijn excuses — maar ik vertel alleen de feiten: zon, paradijselijke stranden en adembenemende landschappen. Dit is het verhaal van 15 onvergetelijke dagen in deze afgelegen maar prachtige hoek van West-Australië.

Dag 13–16: drie dagen Rust in Exmouth
Eindelijk, een welverdiende pauze na dagenlang rijden door de woestijn. Exmouth, een klein stadje aan het einde van de wereld op een schiereiland, werd gebouwd in de jaren zestig. Een plek waar de tijd lijkt stil te staan. Bezoekers komen hier om twee redenen: de eindeloze paradijselijke stranden en het prachtige Ningaloo-rif dat vlak langs de kust ligt. Hier heb je geen boot nodig—na slechts tien meter zwemmen bevind je je al op het rif, omringd door kleurrijke vissen en koralen. Een waarschuwing voor mensen die gevoelig zijn voor fel licht: de beelden hieronder zouden je wel eens kunnen verblinden. 😉
Dit paradijs heeft ook zo zijn verrassingen. Een schildpad die haar eieren legt—een magisch moment dat zelfs de kinderen in stilte wisten te waarderen (wat al een wonder op zich is). En dan was er die gigantische hagedis die rustig voor ons de weg overstak—zeker een meter lang. De natuur hier is prachtig, maar ook ruig en ongerept.


Onze campervan daarentegen is officieel een rijdende zandbak geworden. Overal wit zand, en eerlijk gezegd, we proberen er niet eens meer tegen te vechten. Het is bijna grappig—bijna. 😉
Dit is onze eerste stop aan de westkust, en de bries van de Indische Oceaan voelt als een zegen. ’s Nachts zakken de temperaturen eindelijk onder de 20°C, en overdag schommelen we rond de 35°C. Relatieve koelte, maar na weken van verstikkende hitte voelt 25°C om 22.00 uur bijna koud aan.
Deze pauze was broodnodig. De verzengende hitte begon zwaar op ons te drukken, ook op de kinderen. Deze drie dagen in Exmouth gaven ons de energie om opnieuw van de reis te genieten, in een rustiger tempo. Soms is alles wat je nodig hebt een beetje zand (zelfs in de camper), het geluid van de golven en een goede nachtrust bij 20°C.



Dag 16: 1,5 uur rijden, Exmouth → Coral Bay
Voor het eerst sinds het begin van onze reis rijden we echt zuidwaarts. En dat betekent één ding: lagere temperaturen. (Ja, ik weet het, voor ons Europeanen klinkt het raar dat het zuiden kouder is.) Tijdens de eerste twee weken bracht elke kilometer ons verder naar het zuidwesten, maar deze keer is de richting duidelijk.
Wat staat er op het programma voor de komende dagen? Meer dan 1.250 km langs de toepasselijk genaamde Coral Highway, een lint van asfalt dat langs de westkust van Australië loopt. Eerste stop: Coral Bay, slechts 1,5 uur van Exmouth.
Onderweg gaat school gewoon verder in de camper. Nola maakt haar oefeningen met uitgestrekte woestijnlandschappen op de achtergrond. En op de bestemming wacht de ultieme beloning: een paradijselijke zee waarin ze kan duiken. Ze weet waarschijnlijk dat ze geluk heeft, maar misschien nog niet helemaal. En wij? Hetzelfde. We beseffen dat we iets bijzonders meemaken, maar er zit altijd een klein verschil tussen het moment zelf en het besef achteraf hoe uniek het eigenlijk was.



Dag 17: 2,5 uur onderweg, Coral Bay → Carnarvon
Gisteravond hebben we voor het eerst onze truien moeten aantrekken. De wind aan zee was ontzettend sterk. Het voelt alsof we, na twee weken zinderende hitte en drie dagen perfect weer, nu onderweg zijn naar een periode van warme dagen maar frisse avonden. De camper wordt wel heel klein als de kinderen in bed liggen.
Na het ontbijt doen we de afwas, halen we de kilo’s zand uit de camper en gaan we op pad voor een rit van 2,5 uur. De rest van de middag brengen we door met boodschappen doen, tanken en de was. Ja, reizen betekent soms ook gewoon dit soort klusjes.
’s Avonds hebben we een fijn gesprek met Nola’s geweldige juf om haar vorderingen te bespreken. We zijn blij te horen dat alles goed gaat.
Dag 18: 3,5 uur onderweg, Carnarvon → Shark Bay
Voor we aan de 3,5 uur durende rit naar Shark Bay beginnen, maken we een korte stop bij het Carnarvon Space and Technology Museum. En wat een verrassing: midden in niemandsland ontdekken we een verborgen parel van een museum. Op het programma: een planetarium dat je meeneemt naar het oneindige, een interactieve ervaring in een Apollo-capsule—het eerste raket waarmee mensen naar de maan gingen—en talloze leuke spelletjes. De kinderen vermaken zich geweldig, en wij voelen ons bijna astronauten.






Tegen het einde van de middag komen we aan in Shark Bay, een afgelegen schiereiland dat zo uit een documentaire van Arte lijkt te komen. Het zeeleven hier is ongelooflijk: 10% van alle zeekoeien ter wereld leeft hier rustig in het water. Op de camping voelt het een beetje als een reünie van reizigers. We zien Alan en Cathy opnieuw, een Australisch gezin met drie kinderen, die we al vier of vijf keer eerder zijn tegengekomen. De kinderen hebben de tijd van hun leven, en wij proosten met de ouders. Campingvriendschappen zijn het beste, vooral als ze gepaard gaan met een glas wijn.
Dag 19: 1 uur onderweg, Shark Bay → Monkey Mia → Shark Bay
Vanmorgen gaan we naar Monkey Mia, de beroemde plek waar dolfijnen al 50 jaar elke ochtend verschijnen, gelokt door een ontbijt dat speciaal voor hen wordt geserveerd. Iedereen schijnt ze deze week gezien te hebben.
En wij? Geen geluk. Ze blijven in de verte, ons uitdagend met hun diva-achtige acrobatiek in het water. Geen drama—we hebben al eerder met dolfijnen gezwommen en eerlijk gezegd weten we dat we ze nog wel een keer zullen zien. Dat is het voordeel van een jaar reizen: je hoeft niet alles meteen af te vinken.


De plek is magisch. De kustwegen bieden adembenemende panorama’s met blauwtinten waarvan ik niet eens wist dat ze bestonden. Serieus, wie heeft besloten dat de oceaan met zoveel Instagram-filters mag spelen?
We lunchen op het strand, voeten in het zand, en bezoeken ’s middags een spectaculair aquarium. Tussen de kleurrijke vissen en de boeiende verhalen beseffen we dat dit de essentie van vakantie is: zon, zee en net genoeg ontspanning om die gebruinde tint te krijgen waarmee we langzaam in Australische surfers veranderen.

Dag 20: 4 uur onderweg, Shark Bay → Kalbarri
Vandaag staan er 4 uur rijden op de planning om het schiereiland Shark Bay te verlaten. Vertrek om 7 uur ’s ochtends, solo achter het stuur. Dit is mijn moment: iedereen slaapt nog, in slaap gewiegd door de hobbelige rit in de camper. Geen muziek, alleen het geluid van de wind langs de carrosserie en de eindeloze landschappen die voorbij glijden. Het is rustig, bijna meditatief—behalve dat ik duidelijk te weinig heb geslapen. Maar goed, dat haal ik later wel in, en vooral: het scheelt me uren van Matteo die om de tablet vraagt, elke drie minuten opnieuw.
Gisteravond schudde de camper weer als een boot in een storm. Er is hier namelijk geen land tot aan Afrika, dus de wind heeft vrij spel.
Ik snap niet hoe mensen hier kunnen leven, zo ver weg van alles, met die wind die constant zand in je ogen blaast. Het is ondertussen veel te koud om buiten te eten. Zodra de zon ondergaat, rillen we van de kou.

Mijn beloning van de ochtend: emoes die naast de weg lopen, een gigantische adelaar die net op tijd wegvliegt om niet onder mijn wielen te eindigen, en een kangoeroe die minder geluk had (ik was het niet die hem aanreed). Een trieste herinnering dat het leven hier hard is, zelfs voor de locals.
Dag +21 : 2 uur rijden, Kalbarri → Geraldton

Bij het wakker worden maak ik mijn kopje koffie, maak een foto van de kinderen en ga naar buiten om van mijn koffie te genieten terwijl ik naar de zee kijk. We zijn al halverwege onze reis door Australië, en ik weet nu al wat we aan het einde allemaal zullen zeggen: we hebben ervan genoten.
Die uitgestrekte landschappen, adembenemende uitzichten en de vrijheid van een camper, zelfs met zijn kleine ongemakken (zoals slapen in een sardienenblikje dat door de wind heen en weer wordt geschud).
Vandaag hebben we de grens van 6000 kilometer overschreden. Ja, 6000 kilometer! En toch blijf ik elke dag verbaasd over wat we allemaal kunnen zien, doen en beleven. Hier is een kort overzicht van onze dag:
1. Pelikanen voeren. Deze gigantische vogels, een beetje eng, hebben een grote zak onder hun snavel die tot drie keer zoveel vis kan bevatten als hun maag aankan.


2. Wandelen in de kloven van Kalbarri. Adembenemende uitzichten met dieprode rotsen en een intens blauwe hemel.



3. Lunchen met een droomuitzicht. Een simpele boterham smaakt zoveel beter met een schilderachtig uitzicht op de achtergrond.


4. Een roze meer zien. Ja, roze! Ik had erover gelezen in de gidsen, maar ik dacht dat het zwaar overdreven was. Maar nee, het was echt roze snoepjeskleur, bijna fluorescerend. Nog een bewijs dat Australië echt uniek is.


Dag 22 : 3,5 uur rijden, Geraldton → ergens in the middle of nowhere
We hebben de nacht doorgebracht in Geraldton, wat ze hier de “derde grootste stad” van West-Australië noemen. 40.000 inwoners. Ja, 40.000. In België zou dit een groot dorp zijn, met een voetbalveld en een frietkraam. Maar hier, na weken van niemandsland, voelt het bijna als een metropool: winkels (ongelooflijk), een museum (dubbel ongelooflijk) en zelfs een McDonald’s (giga luxe).
Antwerpenaren zeggen graag: “Antwerpen en de rest is parking”. Wel, die uitspraak lijkt te zijn uitgevonden voor West-Australië. Dit gebied is bijna vijf (!!!) keer zo groot als Frankrijk, maar op Perth na, de hoofdstad met 2 miljoen inwoners… is de rest echt parking.
Na een paar uur rijden ‘s middags stoppen we in het dorpspark van een gehucht met 150 inwoners. En wat vinden we daar? Een olympisch zwembad. Ja, een gigantisch zwembad in een plaats waar je je afvraagt of er genoeg mensen zijn voor een waterpoloteam. We maken van de gelegenheid gebruik om te zwemmen en eindigen de dag met een spectaculaire zonsondergang en een aperitief. Het zijn die momenten waarop je beseft dat echte rijkdom precies hier is, voor je neus.

Dag +23: 2 uur rijden, ergens in the middle of nowhere → Lancelin
We rijden verder naar het zuiden, richting Perth. Na anderhalf uur rijden maken we een tussenstop in het Nambung National Park, bekend om zijn beroemde Pinnacles. Stel je kalkstenen pilaren voor die uit het zand oprijzen en een bijna buitenaards landschap vormen. Wandelen tussen deze vreemde formaties voelt alsof je door een sciencefictiondecor loopt. Het is warm, 30 graden, maar een aangename warmte die je huid streelt in plaats van verplettert.



We zijn nog maar twee uur verwijderd van Perth en toch… is hier nog steeds niets. Alleen eindeloze groene vlaktes met hier en daar stranden van wit zand. Geen wonder dat men zegt dat Perth de meest afgelegen stad ter wereld is. Morgen komen we er aan.
We stoppen bij een camping vlak bij een strand. Het voelt alsof ik op vakantie ben in het zuiden van Frankrijk. Je kent dat gevoel wel, toch? Blootsvoets door het warme zand lopen, buiten zitten in een T-shirt en korte broek, precies tussen twee perfecte temperaturen in – niet te warm, niet te fris.
De middag glijdt rustig voorbij, tussen een iets te winderig strand en een welkome duik in het zwembad. Een simpele maar perfecte dag.
Dag +24: Welkom in Perth, met wolken
Gisteren was ik misschien iets te enthousiast. Vandaag besloot het weer ons eraan te herinneren dat zelfs Australië het geduld van zonliefhebbers kan testen. Het is fris – ik durf het geen koud te noemen, want het is toch nog 20 graden – maar de lucht is zwaar en voorzichtige regendruppels vallen op de voorruit.
Als je in een camper leeft, leef je half buiten. Elke weersverandering voel je dus meteen: te warm en je stikt, te koud en je moet met z’n vieren leven op 15 vierkante meter. Misschien is dat waarom ik zo vaak over het weer praat.
6700 kilometer na ons vertrek uit Darwin zijn we eindelijk in Perth, de grote geïsoleerde stad aan het einde van de wereld. Een nieuwe etappe in onze roadtrip, en een moment om even tot rust te komen.
Dag +25-26: Perth, eerste camping
De eerste dag begint met een bezoek aan het stadscentrum. Best aangenaam, maar een tikkeltje teleurstellend. Perth is een typisch Australische stad: een piepklein centrum midden in een metropool die zich over tientallen kilometers uitstrekt. Wat de boel redt? Kings Park, een van de grootste stadsparken ter wereld, met 400 hectare groen die over de stad uitkijkt. We genieten van de zon in de namiddag terwijl de kinderen zich uitleven op de speeltuin.






De volgende dag zetten we koers naar Fremantle, de eerste stad van de kolonie. Het is meteen raak: goed bewaarde Victoriaanse gebouwen, een ontspannen sfeer, en als kers op de taart is het zondag, marktdag.

Na een lunch in een restaurant (ja, voor een keer geen maaltijd in de camper!) bezoeken we de beroemde gevangenis van Fremantle, een plek vol geschiedenis en duistere geheimen.
Ik heb het al eerder gehad over het feit dat Groot-Brittannië tussen 1788 en 1868 ongeveer 165.000 gevangenen naar Australië stuurde. Stel je voor: 80 jaar lang loste elk schip een menselijke lading – vaak criminelen voor kleine misdaden zoals het stelen van een stuk brood.
De omstandigheden in de gevangenissen waren, niet verrassend, verschrikkelijk. Foto’s van hun cellen spreken boekdelen. Maar Australië had deze gevangenen wanhopig nodig: de enige manier om de Australische infrastructuur te bouwen – wegen, openbare gebouwen, en zelfs Fremantle zelf – was met hun arbeid. Ontsnappen? Een haast onmogelijke missie. Het vijandige struikgewas en het meedogenloze klimaat maakten snel een einde aan de dromen van zij die het probeerden.



Na het uitzitten van hun straf konden de gevangenen een “ticket of leave” krijgen, een soort voorwaardelijke vrijlating waarmee ze voor zichzelf of voor anderen konden werken. Weinigen keerden terug naar Engeland: tussen de torenhoge kosten van de reis en het feit dat ze hier een nieuw leven hadden opgebouwd, was terugkeren vaak onmogelijk.
Door deze gevangenis wandelen is als een glimp opvangen van dit donkere verleden. Je komt eruit met een scherp besef van de menselijke veerkracht, het vermogen om lijden te doorstaan én te overwinnen.
Dag + 27-29: Perth, tweede camping
Codewoord: chillen. Nu ja, bijna. Tussen het grondig schoonmaken van de camper, XXL-wasjes draaien en een uitstapje naar een trampolinepark, hebben we vooral veel tijd besteed aan het reorganiseren van de rest van onze reis. Oorspronkelijk was alles geregeld om naar Nieuw-Caledonië te gaan, maar recente onrust daar heeft ons gedwongen onze plannen te herzien. Alles annuleren, alles opnieuw plannen voor een nieuwe bestemming: Fiji! Een echte puzzel die toch behoorlijk wat tijd kost.

En natuurlijk, zoals je ons kent, hebben we tijd vrijgemaakt voor een middagje wijnproeven in de wijngaarden van de Swan Valley, ten noorden van Perth. Een fijne manier om deze dagen tussen logistiek en plezier af te sluiten.
On the road again: vijf dagen in Perth, en het is alweer tijd om verder te trekken. We verlaten deze stop met een lichte steek in het hart. Deze momenten van rust, van je plek vinden, doen altijd goed. Maar aan de andere kant, we kennen onszelf: we houden ervan om onderweg te zijn.
De tank is vol, de camper is proper en de kleren ruiken fris.
Op naar het onbekende, altijd maar weer.



Leave a comment